Het orgel van de Doopsgezinde Kerk in Leeuwarden:

 

test

Het orgel is oorspronkelijk gebouwd door J.S. Strümphler in 1786 voor een Doopsgezinde Kerk in Amsterdam.  Later, in 1812, is het geplaatst in de Doopsgezsinde Kerk in Leeuwarden. Het is verbouwd door L. van Dam in 1848 en 1858, waarbij het orgel een duidelijk Biedermeijer-karakter kreeg. In 1991 is een grote restauratie uitgevoerd door de firma Bakker & Timmenga, waarbij de situatie uit 1858 als uitgangspunt is genomen. Het orgel bevindt zich vóór in de kerk, boven de preekstoel. De klaviatuur bevindt zich in een afgesloten gedeelte aan de zijkant van het orgel en is vanuit de kerkzaal niet zichtbaar. Het heeft 21 registers, verdeeld over Hoofdwerk, Bovenwerk en Pedaal.

                

Dispositie:

 

Hoofdwerk C-g3:  Bovenwerk C-g3: Pedaal C-g1: Speelhulpen:

Prestant 16

Violon 8

Bourdon 16

Manuaalkoppel

Prestant 8 Viool de Gambe 8 (deels transmissie) Ped-HW/BW (keuze)
Bourdon 16 Roerfluit 8 Tremulant
Holpijp 8 Salicet 4
Octaaf 4 Quintfluit 3
Cornet 3 st. disc. Fluit d'amour 4
Gemshoorn 4 Speelfluit 2
Octaaf 2 Carillon 2 st.
Prestantquint 22/3 Dulciaan 8
Woudfluit 2 
Trompet 8

 

 

Bron: 

- Doopsgezinde Kerk Leeuwarden